Sociale huisvesting afwijzen omdat dit niet overeenkomt met levensstijl    

Wist je dat een Woonwagenbewoner het niet verweten mag worden wanneer sociale huisvesting afgewezen wordt op basis van het feit dat dit niet overeenkomt met de levensstijl?

Nee? ... JAZEKER!!!


Ja dit mag zeker omdat veel Gemeente nog steeds actieve (geschreven of ongeschreven) Woonwagenbeleid handhaven die in strijd is met met Artikel 8 EVRM en of de juridisch bindende uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Daarom mag dit zeker geweigerd worden tot er een Woonwagenstandplaats aangeboden wordt waarbij dit niet het geval is.(1)

(1) EHRM 17 oktober 2013, appl.no. 27013/07 (Winterstein/Frankrijk), par. 163.

Het College voor de Rechten van de Mens heeft in dat kader ook aangegeven dat de leefwijze van woonwagenbewoners als dermate specifiek kan worden geïnterpreteerd 'dat een gelijkwaardig woongenot alleen mogelijk is op een vervangende standplaats(2)

Het College overweegt verder dat het beleid van verweerder er uiteindelijk toe leidt dat huisvesting in woonwagens na een aantal jaren in de gemeente Oss is verdwenen. Daarmee tast het 0-beleid de kern van verzoekers cultuur aan. De stelling van verweerder dat verzoekers ook uiting kunnen geven aan hun cultuur als zij in een 'reguliere' woning wonen, volgt het College dan ook niet. 

Bron: College voor de Rechten van de Mens oordeelnummer: 2014-167 randnummer: 3.15


Ongeschikte standplaats hoeft niet te worden geaccepteerd

Een woonwagenbewoner kan niet worden verplicht een aangeboden sociale huurstandplaats te accepteren indien die standplaats, gelet op de concrete omstandigheden, geen passend en gelijkwaardig woongenot biedt. Artikel 8 EVRM beschermt niet alleen het familieleven, maar ook het privéleven, de woning en de persoonlijke autonomie. Daaruit volgt dat een standplaats die leidt tot een ernstige aantasting van het woongenot, het privéleven of het gezinsleven niet zonder meer als passende huisvesting kan worden aangemerkt. [CRM-advies...tsenbeleid | PDF], [ECLI_NL_RB...Reizigers | PDF]

Het College voor de Rechten van de Mens heeft vastgesteld dat het wonen in een woonwagen en het wonen in familieverband wezenlijke onderdelen zijn van de beschermde culturele identiteit van woonwagenbewoners. Tevens heeft het College overwogen dat de leefwijze van woonwagenbewoners zodanig specifiek is dat een gelijkwaardig woongenot alleen mogelijk is op een standplaats.

Daarom kan een woonwagenbewoner een standplaats gemotiveerd afwijzen wanneer deze, bijvoorbeeld door de locatie, het ontbreken van essentiële voorzieningen zoals onderwijs, de directe leefomgeving, ernstige overlast of een duurzame conflictsituatie met personen op de locatie, geen passend woon- en leefklimaat biedt. Dat geldt ook wanneer de betreffende personen familieleden zijn. Het recht om in familieverband te wonen betekent immers niet dat iemand verplicht kan worden naast specifieke familieleden te wonen indien daardoor zijn privéleven, gezinsleven of woongenot wezenlijk wordt aangetast. Deze belangen worden eveneens beschermd door artikel 8 EVRM.

De Rechtbank Den Haag heeft bovendien geoordeeld dat gemeenten moeten voorzien in een zo gelijkwaardig mogelijk huisvestingsaanbod voor woonwagenbewoners als voor andere woningzoekenden en dat onvoldoende beschikbare standplaatsen kunnen leiden tot verboden onderscheid op grond van ras. Indien een woonwagenbewoner een ongeschikte standplaats moet accepteren omdat er geen redelijke alternatieven beschikbaar zijn, terwijl reguliere woningzoekenden een ongeschikte woning kunnen weigeren en op een andere passende woning kunnen wachten, kan dat wijzen op strijd met het discriminatieverbod en de positieve verplichtingen van artikel 8 EVRM.