De waardering van de woonwagen als vermogen

De waardering van de woonwagen als vermogen: een schending van menselijke waardigheid en cultureel zelfbeschikkingsrecht



Samenvatting van "De waardering van de woonwagen als vermogen"

Kernboodschap 

De paper - ook te downloaden onderaan deze tekst - stelt dat het behandelen van de woonwagen als fiscaal vermogen (onroerend goed) een schending vormt van mensenrechten, culturele identiteit en menselijke waardigheid. Het huidige beleid miskent dat de woonwagen een cultureel roerend goed is en geen standaard woning.

Materieel gelijkheidsbeginsel

  • Ongelijke gevallen moeten ongelijk behandeld worden.
  • Woonwagens verschillen fundamenteel van reguliere woningen qua aard, eigendom en culturele betekenis.

Culturele status van de woonwagen

  • Mobiliteit en los eigendom van grond maken de woonwagen juridisch roerend.
  • Zij is erkend als immaterieel erfgoed en onlosmakelijk verbonden met identiteit en leefwijze.

Economische waardering = culturele exploitatie

  • WOZ-heffing en beslaglegging reduceren de woonwagen tot verhandelbaar vermogen.
  • Dit leidt tot gedwongen afstand van cultuur en woning, in strijd met art. 8 EVRM en art. 27 IVBPR.

Internationaal recht boven nationaal recht

- Artikel 93–94 Grondwet: verdragen zoals EVRM en IVESCR hebben voorrang.

In een door RTL Nieuws afgenomen interview heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Hans Vrijbrief (D66), uitgesproken, dat een uitspraak van een Europese rechter "als wet geldt" zelfs als Nederlandse wetgeving (of regelgeving) iets anders vertellen, onderstreept de hiërarchie van rechtsbronnen binnen het Nederlandse en Europese rechtsstelsel. ( Zie link: https://youtu.be/YxzlvPQ8n0g ) Europese jurisprudentie heeft directe werking en prevaleert boven nationaal beleid wanneer het gaat om de bescherming van fundamentele rechten. Dit betekent dat de bescherming van de culturele identiteit van woonwagenbewoners niet afhankelijk is van beleidsruimte of bestuurlijke interpretatie, maar voortvloeit uit bindende mensenrechtennormen. De minister verklaart daarin:

"Zodra een Europese rechter zo'n uitspraak doet, geldt dat als zijnde wet."

De verwijzing van de minister bevestigt dat overheidsinstanties gehouden zijn deze normen te respecteren en dat afwijking daarvan in strijd is met het recht. De casus die hij bespreekt, vormt daarmee een juridisch relevant precedent, dat de positie van woonwagenbewoners versterkt.

- Adequate huisvesting moet ook cultureel aanvaardbaar zijn (General Comment No. 4).

Jurisprudentie van het EHRM

  • Chapman v. VK (2001) en Winterstein v. Frankrijk (2013): woonwagenleven is beschermd onder art. 8 EVRM.
  • Het Hof erkent de woonwagencultuur als "nomadic in spirit".

Kritiek op de VNG Taxatiewijzer

  • Het behandelen van woonwagens als onroerend goed voor WOZ is discriminatie.
  • Schendt art. 8 en 14 EVRM, het gelijkheidsbeginsel en verdragsrecht.

Structurele inmenging

  • Gemeenten transformeren woonwagens tot chalets of standaardwoningen.
  • Dit ondermijnt culturele autonomie en erfgoedstatus.

Conclusie

  • De huidige fiscale en bestuurlijke praktijk is een structurele schending van mensenrechten.

Nodig zijn:

  • Herwaardering van de woonwagen als cultureel roerend goed.
  • Uitzondering op vermogenswaardering en belastingheffing.
  • Bescherming tegen beslaglegging.
  • Erkenning van woonwagenlocaties als cultureel beschermde zones.