Media

Media 

Kindbegrip: Het stille psychodossier van de basisschool

Publicatie 5 januari 2026                                                  Redactie woonwagenmedia

Kindbegrip: Het stille psychodossier van de basisschool

De digitalisering van het onderwijs schuift ongemerkt een nieuwe werkelijkheid binnen, waarin scholen steeds vaker psychologische gegevens van kinderen verzamelen zonder duidelijke wettelijke basis of respect voor ouderlijk gezag 

Kindbegrip is een digitaal systeem dat op veel basisscholen wordt gebruikt om de zogenoemde sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te volgen. In de praktijk betekent dit dat kinderen vragen beantwoorden over hun gevoelens, gedrag, stress, zelfbeeld, empathie en morele ontwikkeling, terwijl leerkrachten aanvullende observaties invoeren. Deze gegevens worden digitaal opgeslagen en over langere tijd gevolgd, zodat er een profiel ontstaat van hoe een kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt binnen en buiten de schoolcontext.

Het schijnargument dat scholen daarbij noemen, is het tijdig signaleren van problemen en het beter kunnen begeleiden van kinderen binnen passend onderwijs.


Op papier klinkt dat zorgvuldig en helpend. Maar wie kijkt naar wat er daadwerkelijk wordt vastgelegd, ziet iets anders gebeuren. Het gaat niet om een los gesprek of een tijdelijke observatie, maar om structurele registratie van innerlijke beleving, gedrag en psychische kenmerken van kinderen. Dat zijn geen neutrale gegevens, maar gegevens die iets zeggen over de geestelijke gesteldheid van een kind. Juridisch vallen die onder wat de privacywetgeving bijzondere persoonsgegevens noemt. De hoofdregel daarvan is helder: verwerking is verboden, tenzij er een duidelijke wettelijke uitzondering bestaat.

Basisscholen zijn geen medische instellingen en ook geen jeugdzorgorganisaties. Zij hebben geen wettelijke taak om psychologische profielen op te stellen. Toch gebeurt dat via systemen als Kindbegrip — vaak zonder expliciete toestemming van ouders en soms zelfs tegen de uitdrukkelijke wens van ouders en kinderen in. Dat schuurt niet alleen met privacyregels, maar ook met het ouderlijk gezag en met kinderrechten, zoals het recht op bescherming van het privéleven.

Een vergelijking die hierbij vaak ongemakkelijk voelt, maar wel verhelderend is, is die met het TBS-systeem binnen het strafrecht. Bij TBS worden diepgaande psychologische en psychiatrische onderzoeken uitgevoerd, maar alleen bij veroordeelde personen, op basis van een rechterlijke beslissing, binnen een strak wettelijk kader met zware waarborgen, toezicht en beroepsmogelijkheden. Zelfs iemand die zijn vrijheid heeft verloren, wordt niet lichtvaardig psychologisch doorgelicht.

Bij Kindbegrip gebeurt iets paradoxaal: kinderen die niets hebben misdaan en zich in een leerplichtsituatie bevinden, worden systematisch psychologisch gemeten — zonder rechterlijke toets, zonder specifieke wettelijke basis en zonder keuzevrijheid.

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft in gesprekken met een ouder die zich verzet tegen het systeem Kindbegrip erkend dat verwerking van dit soort bijzondere persoonsgegevens in beginsel verboden is, tenzij een uitzondering van toepassing is. 

Ik denk dat ik wel contact gaat opnemen met de wederpartij met een set vragen, vooral om het feit te weten van, er zijn dus gegevens die worden verwerkt, bijzondere persoonsgegevens en dat mag dus niet zomaar. Maar dat is eigenlijk verboden tenzij er een uitzondering is. Daar wil ik graag antwoord op. Daarnaast wil ik ook weten. Hoe zij dus zijn omgegaan met uw verwijderingsverzoek en indien ze deze hebben geweigerd, waarop zij zich beroepen om deze weigering te doen.

Bron: Transcriptie van een gesprek tussen ouder en de Autoriteit Persoonsgegevens

Tegelijkertijd is de zorgwekkende praktijk dat, de toezichthouder (AP) terughoudend is met handhaven. Een belangrijke reden die daarbij wordt genoemd, is dat relatief weinig ouders formeel klagen. Zolang ouders zwijgen of niet weten dat zij kunnen of mogen klagen, blijft de indruk bestaan dat het maatschappelijk wordt geaccepteerd. Dat leidt tot een vicieuze cirkel waarin systemen als Kindbegrip blijven bestaan — niet omdat ze juridisch zorgvuldig zijn, maar omdat het verzet versnipperd en individueel is.

Een ouder verklaard tegenover de redactie;

Ik ben terughoudend met het indienen van een klacht. Ik maak mij zorgen over hoe mijn kind op school behandeld wordt en het risico bestaat dat ik als ouder buitengesloten word of dat vriendjespolitiek mijn klacht ondermijnt. Daarom kies ik er voorlopig voor te zwijgen, ondanks dat ik mijn rechten en die van mijn kind wil beschermen.

Een groeiende autoritaire cultuur in het basisonderwijs

Steeds vaker klinkt de klacht dat sommige schooldirecties een autoritaire houding aannemen tegenover ouders. Een recente zaak, waarvan de naam van de ouder bij de redactie bekend is, laat dat scherp zien. Toen hij bezwaar maakte tegen het gebruik van het systeem Kindbegrip voor zijn dochter, stelde de directeur dat hij "akkoord was gegaan", terwijl het systeem op dat moment nog niet bestond en er nooit toestemming is gegeven. Later werd dit standpunt aangepast: toestemming zou ineens niet nodig zijn. Het is een voorbeeld van een bredere tendens waarin scholen zich gedragen alsof zij niet alleen het gezag over het kind hebben, maar ook over de ouders zelf.

Ouders die kritische vragen stellen, krijgen te horen dat "dit nu eenmaal zo gaat" of dat zij al impliciet hebben ingestemd. Daarmee ontstaat een machtsverhouding die haaks staat op het wettelijk ouderlijk gezag. In plaats van partnerschap ontstaat een cultuur waarin ouders het gevoel krijgen dat hun rol wordt geminimaliseerd en hun bezwaren worden weggezet als hinderlijk. 

Het resultaat is een zorgwekkende verschuiving: scholen die zich niet beperken tot onderwijs, maar zich steeds meer opstellen als poortwachters van de psychologische ontwikkeling van kinderen — zonder wettelijke basis en zonder respect voor de positie van ouders.

Kindbegrip dwingt ons om opnieuw na te denken over waar zorg ophoudt en controle begint, en over wie er werkelijk waakt over de rechten van het kind wanneer systemen normaal worden en toezicht terughoudend blijft.


Voor dit artikel is gebruikgemaakt van correspondentie, interne documenten en gesprekken met betrokken instanties. De beschreven casus is feitelijk geverifieerd en zorgvuldig weergegeven, met inachtneming van de privacy van alle betrokkenen.