De woonvorm onder vuur: Verboden inmenging, beleidsdruk en commerciële cultuurvernietiging

7. De woonvorm onder vuur: Verboden inmenging, beleidsdruk en commerciële cultuurvernietiging

Deze paper, opgesteld door de Landelijke Woonwagenvereniging De Rolleman, laat zien hoe de woonvorm van woonwagenbewoners onder systematische druk staat door verboden inmenging van externe adviesbureaus, beleidsmatige normalisatie en commerciële belangen. Wat wordt gepresenteerd als modernisering of efficiëntie blijkt in werkelijkheid een proces van culturele uitholling, waarbij een door mensenrechten beschermd cultureel kenmerk — de woonvorm — wordt vervangen, hervormd en genormaliseerd zonder mandaat, zonder culturele legitimatie en vaak in strijd met internationale verdragen.

De paper toont hoe de woonwagen, mede door het College voor de Rechten van de Mens erkend is, als een wezenlijk onderdeel van de culturele identiteit van woonwagenbewoners, - wezenskenmerk nr 2 - steeds verder wordt verdrongen door alternatieve woonvormen die niet voldoen aan de traditionele, materiële en zintuiglijke kenmerken van de echte woonwagen. Externe bureaus ontwikkelen beleid, sturen besluitvorming en adviseren gemeenten om de woonvorm los te laten, terwijl zij geen enkele culturele expertise hebben en opereren buiten democratische controle. Het College heeft al in 2018 gewaarschuwd dat deze bemiddelende instanties participatie belemmeren en in strijd handelen met het Kaderverdrag Minderheden — een verdrag dat volgens het College wél van toepassing is op woonwagenbewoners, ongeacht formele erkenning.

De paper beschrijft hoe deze inmenging leidt tot verboden hervorming van een beschermd cultureel kenmerk. Gemeenten nemen adviezen van externe bureaus klakkeloos over, waardoor de woonvorm wordt vervangen door chalets, prefab-units en zogenaamde 'woonwagenwoningen' die juridisch geen woonwagens zijn. Bewoners worden gedwongen om in te trekken in woonvormen die niet passen bij hun identiteit, zoals blijkt uit getuigenissen uit onder meer Drachtstercompagnie en Zwolle. Zij wonen weer in familieverband, maar niet in een woonvorm die hun cultuur weerspiegelt — een vorm van gedwongen culturele aanpassing die rechtstreeks voortvloeit uit beleidsdruk en externe inmenging.

Daarnaast laat de paper zien hoe commerciële belangen de culturele autonomie verder ondermijnen. Bouwbedrijven en adviesbureaus beïnvloeden gemeentelijk beleid, presenteren duurdere alternatieven als "woonwagens" en ontmoedigen de traditionele ambachtelijke bouw. Banken weigeren financiering voor echte woonwagens tenzij zij worden verankerd of onroerend worden gemaakt, waardoor de woonvorm zijn essentie verliest. Deze keten van beleidsdruk, commerciële sturing en culturele onwetendheid leidt tot structurele uitsluiting en culturele erosie.

De paper wijst op schendingen van fundamentele rechten, waaronder het recht op culturele identiteit en traditionele leefwijzen onder het Kaderverdrag Minderheden, het recht op privé- en gezinsleven onder artikel 8 EVRM, en het verbod op discriminatie. De verdragsrechtelijke bescherming van de woonvorm staat niet langer ter discussie: de woonwagen is een beschermd cultureel fundament dat niet mag worden vervangen of hervormd door externe partijen.

De Rolleman concludeert dat deze werkwijze geen bescherming biedt, maar juist leidt tot culturele vernietiging. De woonwagencultuur wordt niet behandeld als erfgoed, maar als een afwijking die moet worden genormaliseerd. Daarom pleit De Rolleman voor een wettelijk verbod op commerciële inmenging middels een alternatieve woonvormen. 


                         De woonvorm onder vuur: Verboden inmenging, beleidsdruk en commerciële cultuurvernietiging