Constitutioneel Hof Nederland
Grondwet toetsing
Constitutioneel Hof Nederland
De Nederlandse Grondwet behoort tot de oudste nog geldende grondwetten ter wereld. Sinds 1814 vormt zij het fundament van onze rechtsstaat. De Grondwet legt vast hoe de overheid is georganiseerd en welke grondrechten burgers hebben, zoals vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid en het discriminatieverbod.
Toch heeft Nederland één opvallende uitzondering in vergelijking met vrijwel alle andere Europese landen: rechters mogen wetten niet toetsen aan de Grondwet.
Dit heet het toetsingsverbod en staat in artikel 120 Grondwet.

Waarom Nederland geen Constitutioneel Hof heeft – en waarom dat nu verandert
Nederland heeft een lange constitutionele traditie die teruggaat tot het begin van de negentiende eeuw. Toen de Grondwet in 1814 en later in 1848 werd vormgegeven, koos de wetgever bewust voor een systeem waarin de rechter geen wetten aan de Grondwet mocht toetsen. Die keuze kwam voort uit het idee dat alleen de democratisch gekozen wetgever moest bepalen of wetten grondwettig zijn. De rechter, die niet door het volk wordt gekozen, mocht zich daar niet over uitspreken. Deze gedachte leidde uiteindelijk tot het huidige artikel 120 van de Grondwet, dat het toetsingsverbod vastlegt. Hierdoor is Nederland het enige land in Europa waar rechters niet mogen beoordelen of een wet in strijd is met de Grondwet.
Het gevolg van dit verbod is dat burgers die vinden dat hun grondrechten worden geschonden door een wet, niet bij een Nederlandse rechter terechtkunnen om die wet aan de Grondwet te laten toetsen. De Grondwet is daarmee wel een belangrijk document, maar in de praktijk niet rechtstreeks afdwingbaar in de rechtszaal. Burgers moeten uitwijken naar internationale instanties, zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, wanneer zij menen dat hun fundamentele rechten zijn geschonden. Al decennialang klinkt kritiek op deze situatie, zowel van juristen als van internationale organisaties, omdat het de rechtsbescherming van burgers beperkt en de Grondwet een zwakkere positie geeft dan in andere democratische rechtsstaten.
In februari 2025 kondigde het kabinet een historische koerswijziging aan. Het toetsingsverbod moet worden afgeschaft, zodat rechters in Nederland eindelijk wetten kunnen toetsen aan de klassieke grondrechten in de Grondwet, zoals vrijheid van meningsuiting, vrijheid van onderwijs, vrijheid van godsdienst en het discriminatieverbod. Daarmee wordt de Grondwet niet alleen een symbolisch document, maar een daadwerkelijk instrument om burgers te beschermen tegen onrechtmatige wetgeving.
Om deze verandering goed te organiseren wil het kabinet een Nederlands Constitutioneel Hof oprichten. Dit hof wordt een gespecialiseerde instantie die zich richt op de beoordeling van de grondwettigheid van wetten. Rechters die twijfelen of een wet in strijd is met een grondrecht kunnen het hof om een oordeel vragen, zodat er snel duidelijkheid komt in zaken met grote maatschappelijke betekenis. Het hof zal bestaan uit onafhankelijke leden die voor een beperkte periode worden benoemd, zodat deskundigheid en vernieuwing hand in hand gaan. Het doel is om de Grondwet een centrale plaats te geven in de rechtsstaat en de positie van burgers ten opzichte van de overheid te versterken.
De plannen bevinden zich op dit moment in de fase van verdere uitwerking. Er komt een wetsvoorstel dat eerst in consultatie wordt gebracht en daarna door de Tweede en Eerste Kamer moet worden behandeld. Omdat het om een wijziging van de Grondwet gaat, moet het parlement er in twee lezingen over stemmen, met verkiezingen ertussen. Dat betekent dat het nieuwe systeem pas na 2028 volledig kan worden ingevoerd. Maar de richting is duidelijk: Nederland beweegt eindelijk naar een rechtsstaat waarin de Grondwet niet alleen op papier bestaat, maar ook daadwerkelijk kan worden gehandhaafd.
Naar een Eerlijkere Rechtsstaat: De Rolleman verwelkomt het Nederlands Constitutioneel Hof
Op de website van De Rolleman - onder het kopje, 'Rechtspraak' -wordt uitgebreid beschreven dat woonwagenbewoners al jarenlang te maken hebben met structurele ongelijkheid binnen de Nederlandse rechtspraak. De vereniging signaleert dat rechters niet altijd beschikken over voldoende kennis van de woonwagencultuur en dat vooroordelen vaak een rol spelen in de beoordeling van zaken die woonwagenbewoners aangaan. Deze zorgen zijn niet nieuw, maar vormen een terugkerend patroon dat volgens De Rolleman diep ingrijpt in de rechtsbescherming van de gemeenschap.
Woonwagenbewoners geven zelf aan, dat zij binnen de Nederlandse rechtspraak niet altijd een eerlijk proces krijgen en ongelijk behandeld worden door rechters, die soms handelen vanuit vooroordelen of onvoldoende kennis van de woonwagencultuur. Hierdoor zijn rechters opzettelijk niet objectief, zorgvuldig of gelijkwaardig aan het oordelen. De Rolleman ziet dit als een schending van fundamentele rechtsbeginselen, waaronder het recht op een eerlijk proces en het gelijkheidsbeginsel zoals vastgelegd in de Grondwet en internationale verdragen. De Rolleman benadrukt, dat deze structurele ongelijkheid ertoe leidt dat woonwagenbewoners niet dezelfde rechtsbescherming ervaren als andere burgers, en dat dit een ernstige aantasting vormt van hun grondrechten.
In het licht van deze ervaringen en ontvangen klachten vanuit het woonwagencultuur, verwelkomt De Rolleman de plannen van de overheid om een Nederlands constitutioneel hof op te richten. De hoop is dat een dergelijk hof zal bijdragen aan betere bescherming van grondrechten en een eerlijkere behandeling van woonwagenbewoners binnen de rechtspraak. Een onafhankelijke instantie die wetten aan de Grondwet kan toetsen, kan volgens De Rolleman een belangrijke stap zijn richting een rechtsstaat waarin ook woonwagenbewoners daadwerkelijk kunnen rekenen op gelijke en effectieve rechtsbescherming gezien de rechtspraak en vele rechters er een voordeel bij hebben dat de grondwet nu geen enkele bescherming bied aan o.a. Woonwagenbewoners.
Of het Constitutioneel Hof daadwerkelijk een verschil gaat maken, zal afhangen van de precieze invulling van zijn bevoegdheden en de bereidheid van rechters om het hof te raadplegen. Maar één ding is zeker: de Grondwet, lang gesloten en ontoegankelijk voor de rechter, lijkt eindelijk opengesteld te worden voor de burger.
